Programma's

Programma 1. Samen sterk in Zwolle

Doel 1.2.3 Langdurige en/of intensieve ondersteuning

Het langdurig en/of intensief ondersteunen van inwoners om weer zelfredzaam te worden

Portefeuillehouder(s)

Tjitske Siderius
Anja Roelfs

Beschrijving

Afwijkingen op activiteiten

WMO-vervoer en leerlingenvervoer

Lagere uitgaven

€ 450.000

De nieuwe vervoerscontracten leiden in 2026 tot financiële ruimte binnen het Wmo vervoer en het leerlingenvervoer. Op basis van de huidige prognose bedraagt deze ruimte circa €460.000 voor Wmo vervoer en €324.000 voor leerlingenvervoer. Wij stellen voor om hiervan incidenteel €450.000 te laten vrijvallen.
Voor 2027 verwachten wij op basis van de huidige prognose juist een tekort. De hogere contractkosten en de beperkte beschikbare gegevens maken de financiële ontwikkeling onzeker. Wij volgen de kosten de komende maanden nauwgezet. De nieuwe gegevens geven eind 2026 een beter beeld van de financiële gevolgen vanaf 2027.

Actuele prognose uitgaven jeugdhulp

Aanvullende uitgaven

€1.100.000

In het voorjaar van 2026 constateerden we bij de jaarrekening 2025 een overschrijding van de begroting jeugdhulp 2025, met een structurele doorwerking. Na meerdere jaren met dalende aantallen – en bijbehorende besparingen – blijkt vanaf 2025 een groot deel van de ingeboekte, oplopende besparingen niet haalbaar.

In de raadsbrief prognoses uitgaven jeugdhulp 2026 hebben we aangegeven dat bijstelling van de begroting noodzakelijk is omdat:

  • de ingeboekte besparingen op basis van aangekondigde maatregelen van het Rijk, wegens het uitblijven van die maatregelen niet behaald zullen worden,
  • de besparende effecten van Samenspel in de wijk zich minder snel voordoen dan was begroot, en
  • door de gewenste landelijke beweging om kinderen niet meer in gesloten jeugdhulp te plaatsen, een klein aantal bijzonder complexe jeugdhulptrajecten met zeer hoge uitgaven een relatief grote impact op de totale uitgaven heeft.

Op basis van de geactualiseerde prognose na de eerste helft van 2026, zien we dat de stijging van de uitgaven nog hoger is dan we in het voorjaar van 2026 voorzagen. Dit wordt veroorzaakt door:

  • Hogere uitgaven afwikkeling voorgaande jaren (€ 600.000). Het gaat hoofdzakelijk om reguliere declaraties voor jeugdhulp in 2025, die na het boekjaar zijn ontvangen. De inhoudelijke verklaring voor deze overschrijding is dezelfde beweging naar zwaardere zorg, die we ook voor 2026 waarnemen. Door nieuwe, strengere instructies van de accountant moest het boekjaar eerder (reeds begin februari) gesloten worden. Dat maakt de inschatting van deze post lastiger.
  • Stijging uitgaven intensieve jeugdhulp (€ 1.000.000). Het Sociaal wijkteam geeft aan dat de stijging deels veroorzaakt wordt door zwaardere zorgbehoefte. Een groeiend deel van de jeugdigen die een beroep doen op jeugdhulp, heeft te maken met forse problemen; zowel individueel als in de thuissituatie.  
  • Voor ongeveer 1/3 deel betreft het ambulante jeugdhulp. We zien dat jeugdhulpaanbieders vaker hbo/wo opgeleid personeel inzetten en daarvoor gelden hogere tarieven. Omdat dit deels komt doordat ze te weinig personeel in de lagere tariefgroepen in dienst hebben, geven we het contractmanagement van het RSJ de opdracht de aanbieders hierop aan te spreken.
  • Voor ongeveer 2/3 deel betreft de stijging jeugdhulp met verblijf. Allereerst doordat het aantal plekken in pleegzorg en gezinshuizen (al meerdere jaren) afneemt, terwijl de behoefte daaraan niet minder wordt. Hierdoor wordt vaker en langer dan gewenst zeer intensieve, ambulante hulp thuis ingezet. En ook komen jongeren hierdoor terecht op duurdere verblijfsplekken bij aanbieders, terwijl dat niet passend is.
  • Daarnaast weigeren aanbieders nog te vaak jeugdigen die een verblijfsplek nodig hebben, wegens te zware problematiek. Dat leidt tot niet-passende en vaak dure alternatieven. Het Sociaal wijkteam geeft aan dat ook een rol speelt dat soms sprake is van onvoldoende goed personeel op de groepen. We agenderen dit in het bestuurlijk platform met aanbieders en gemeenten in de Jeugdregio IJsselland.
  • Deels heeft de stijging ook te maken met het gebrek aan alternatieven voor jongeren die voorheen in gesloten jeugdhulp werden geplaatst (met alle zorginhoudelijk nadelen van dien). Het huidige aanbod kan die jongeren niet altijd de goede hulp bieden, mede door het gebrek aan bevoegdheid om vrijheidsbeperkende maatregelen toe te passen. Vaak wordt allerlei extra hulp ingezet om het vol te kunnen houden. En als dat vervolgens toch niet lukt, volgt weer een overplaatsing naar een nog zwaardere plek. Dit probleem is inmiddels landelijk ook onderkend. We brengen onze ervaringen en casuïstiek in bij de VNG en bij VWS. Er is een grote behoefte aan een beter wettelijk kader om buiten gesloten jeugdhulp wel vrijheidsbeperkende maatregelen (op maat) toe te kunnen passen.
  • Ten slotte vormt het gebrek aan huisvesting voor 18+’ers een probleem, heel specifiek ook bij de doorstroom naar Beschermd wonen (BW). Jaarlijks blijven daardoor zo’n 20 jongeren met een indicatie voor BW langer op een verblijfsplek bij een jeugdhulpaanbieder. De overbrugging bij jeugdhulp voorkomt dat de jeugdige op straat belandt. Maar deze jongvolwassenen zitten niet op de juiste plek, terwijl daar wel extra (jeugdhulp) geld voor wordt betaald. Tegelijkertijd houden deze jongeren houden een plek bezet in de jeugdhulp.

Het voorstel is om €500.000 vanuit de reserve Beschermd wonen te dekken. Het restant van de overschrijding op jeugdhulp zal gedekt moeten worden uit de algemene middelen. 

Opvang ongedocumenteerden

Aanvullende uitgaven

€ 158.000

Vreemdelingen die geen recht (meer) hebben op verblijf, maar om uiteenlopende redenen niet zijn teruggekeerd naar hun land van herkomst komen vaak op straat terecht of in zogenaamde bed-bad-broodvoorzieningen. In Zwolle vangt het Leger des Heils op dit moment zeven uitgeprocedeerde asielzoekers op in hun OOMZ: Opvang Ongedocumenteerde Mensen Zwolle. Leger des Heils biedt opvang, begeleiding en een toekomstperspectief: toewerken naar een verblijfsvergunning of naar de terugkeer naar het land van herkomst. Voor de OOMZ ontvangt het Leger des Heils financiële middelen van de gemeente Zwolle. Tot en met 2024 was een deel van deze middelen afkomstig uit een toelage van de Rijksoverheid. De toelage is met ingang van 1 januari 2025 echter in zijn geheel komen te vervallen als gevolg van een gewijzigd landelijk beleid.

Rijksoverheid en gemeenten werkten samen met zorgorganisaties in het bedenken van bestendige oplossingen voor deze doelgroep. Zo is er in 2019 tot en met 2022 een pilot Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (hierna: LVV) gedraaid in vijf gemeenten in Nederland. De LVV’s boden naast basisopvang ook begeleiding. In het regeerakkoord stond dat de bed-bad-brood-middelen vervangen worden door middelen vanuit een LVV. Door de val van het kabinet is de verdere ontwikkeling van LVV’s destijds controversieel verklaard. Gemeenten Enschede, Deventer en Zwolle hebben in navolging van de val van het kabinet besloten om de LVV situatie nader te bespreken.
Met de stillegging van de LVV zijn de bed-bad-broodmiddelen in eerste instantie met een jaar verlengd. Daarna is de constructie van de bed-bad-brood middelen die jaarlijks verstrekt worden vanuit de Rijksoverheid voortgezet tot en met 2024. Deze toelage is met ingang van 1 januari 2025 stopgezet als gevolg van een gewijzigd landelijk beleid.  

Het college heeft op basis van een scenarionota die medio 2025 is voorgelegd aangegeven dat zij de opvang van ongedocumenteerden meerjarig incidenteel willen bekostigen, waarbij er een prijsplafond van €98.000 is voorgesteld. In Berap-2 2025 is een aanvraag van €160.000 (2025) en een vervolgfinanciering van €98.000 voor 2026 gehonoreerd. In verband met stijgende kostenontwikkeling als gevolg van een onvoorziene samenloop van omstandigheden worden de kosten voor 2026 indien er geen uitstroom plaats vindt geraamd op €254.000.  

Deze pagina is gebouwd op 10/08/2026 17:27:01 met de export van 10/08/2026 17:17:38